Reviews


Haagsche Courant, Rotterdams Dagblad, Zeeuwse Courant & De Stentor, 9th of April 2005 (syndicated column)

Bridge
by Berry Westra, the Netherlands

In 1969 lanceerde de Fransman Jean-Rene Vernes de wet van het totaal aantal slagen. Hij stelde dat het aantal kaarten dat beide partijen samen hebben in hun langste kleur ongeveer overeenkomt met het aantal slagen dat er in totaal te vergeven is. Hebben NZ en OW allebei een fit van negen kaarten, dan kunnen zij doorgaans in totaal achttien slagen maken met hun lange kleur als troef. Afhankelijk van het zitsel kan de verdeling voor beide partijen 9-9, 10-8, of 11-7 zijn, maar het totaal aantal slagen blijft achttien. Dit idee werd opgepikt door het Amerikaanse toppaar Bergen-Cohen, dat hun competitieve bieden baseerde op deze wet. Begin jaren '90 publiceerde Larry Cohen het boek 'To bid or not to bid', waarin hij 'the Law' toegankelijk maakte voor een groot publiek. Volgens Cohen kon je in competitieve biedverlopen veilig zoveel slagen bieden als je troeven samen had. Dus met acht troeven samen tot het tweeniveau en met negen troeven samen tot het drieniveau. Een regel die insloeg als een bom. Tot op de dag van vandaag laten hele volksstammen zich bij competitieve biedverlopen leiden door deze richtlijn.
  Maar als het aan Mike Lawrence en Anders Wirgren ligt niet lang meer. In hun nieuwe boek 'I fought the Law' maken zij korte metten met de wet van Cohen. Zo hebben de auteurs via computersimulaties berekend dat de wet van het totaal aantal slagen in minder dan de helft van de spellen klopt. Vaker zit er een discrepantie van een, twee of zelfs drie slagen tussen het aantal gezamenlijke troeven en het aantal beschikbare slagen.

'I fought the law' opent met het volgende spel:

Zuid, Allen

S B 7 3
H V 10 8 7 3
D V 5 3
C B 4
S A 10 4 Table S V 8 5 2
H 6 5 H B
D A 10 6 2 D H 8 7 4
C A 10 5 3 C V 8 7 2
S H 9 6
H A H 9 4 2
D B 9
C H 9 6

Het is 1962. Mike Lawrence raapt de noordhand op. Zijn partner opent met een harten, wat een vijfkaart belooft. Na een informatiedoublet van west verhoogt hij preemptief naar drie harten. Dit wordt uitgepast en gaat twee kwetsbaar down voor -200 en een bar slechte score. Cynisch merkt Lawrence op dat hij jarenlang geworsteld heeft met de vraag of drie harten wel het juiste bod was, totdat Larry Cohen hem met zijn wet vertelde dat hij vier harten had moeten bieden! Inderdaad werkt de richtlijn om met tien troeven op het vierniveau te bieden hier allerbelabberdst. OW kunnen immers in klaveren of ruiten hooguit een deelscore maken.

Lawrence en Wirgren stellen terecht dat niet het aantal troeven bepalend is voor het aantal slagen dat je kunt maken, maar de distributie. Korte kleuren zijn goud waard. Zij komen met een alternatief voor de law. Het is gebaseerd op twee pijlers: SST en WP. SST staat voor Short Suit Total en WP voor Working Points. De Sort Suit Total is het totaal aantal kaarten dat een partij heeft in zijn twee kortste kleuren. Met twee singletons (in verschillende kleuren) is er sprake van een SST van twee. Working Points zijn werkende punten, oftewel honneurs die daadwerkelijk slagen opleveren. De auteurs hebben een formule ontworpen om te bepalen hoeveel slagen een partij kan maken. Trek de SST af van 13. Het getal dat je overhoudt is gelijk aan het aantal slagen dat er gemaakt kan worden, mits er 19 tot 21 Working Points zijn. Met minder of meer WP moeten er slagen worden afgetrokken of opgeteld.

S A H 8 6 2
H H 9 7
D 7 4 2
C 8 3
S 5 4 Table S B 3
H 10 4 2 H 6 5 3
D A V 9 8 D H B 3
C A B 9 6 C H V 7 4 2
S V 10 9 7
H A V B 8
D 10 6 5
C 10 5

De kortste kleur van NZ is klaveren en de een na kortste kleur ruiten. Dat geeft een SST van vijf. 13 - 5 = 8. Dat is het aantal slagen dat NZ kunnen maken met 19-21 Working Points. Hier werken alle punten en is het WP-totaal dus 19. Inderdaad kunnen NZ acht slagen maken.
  Ook OW hebben een SST van vijf. Bij hen is schoppen boer geen WP, maar de overige punten werken wel. Het totaal is 20 en dus moeten ook zij acht slagen kunnen maken. Dat klopt.
  Merk op dat de wet van het totaal aantal slagen op dit spel de plank misslaat. NZ en OW hebben samen 18 troeven, maar er zijn slechts 16 slagen beschikbaar. Oorzaak is de complete duplicatie van doubletons. De regel van Wirgren en Lawrence speelt daar op in. Geef noord maar eens een ruiten minder en een klaveren meer, dan bedraagt de SST vier. 13 - 4 = 9 en zijn er ook negen slagen te maken. En verruil in OW eens schoppen vijf en harten vijf. West heeft dan een singleton schoppen en oost een doubleton harten. De SST van OW is nu drie en zij kunnen inderdaad tien slagen maken.

Overigens verdient de wet van Cohen het niet om afgebrand te worden. Hoewel zeker niet accuraat is het een nuttig hulpmiddel bij moeilijke beslissingen. Of dat ook geldt voor nieuwe ideeen van Lawrence en Wirgren staat nog te bezien. Het inschatten van zowel de SST als de WP zal aan tafel niet gemakkelijk zijn. Bovendien is de regel aanzienlijk ingewikkelder dan de wet van Cohen. Dat neemt niet weg dat 'I fought the law' een absolute must is voor iedere serieuze wedstrijdbridger.


More reviews:

[ 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 ]


Copyright © 2016, Mike Lawrence & Anders Wirgren